Herman (21 jaar)

Het eerste dat opvalt in het gesprek met hem zijn de flonkerende sierknopjes in zijn oorlellen. De oren van Herman staan wijd uit als van een antilope in de savanne op de hoede voor gevaar. Zijn beweeglijke, helderwitte ogen verraden onrust.
Hij is een Surinaamse jongeman en woont in het noorden van het land. Hij loopt stage bij een jongerencentrum in een Amsterdamse buitenwijk.
Ik vraag hem hoe hij hier is terecht gekomen. "Ik ben gestopt met de middelbare school in Leeuwarden, want ze spraken daar in de les alleen maar Fries. Dat wil ik niet, want ik woon in Nederland. Ik heb tegen de leraar gezegd dat ik opstap als dat niet ophoudt. Ik heb mijn woord gehouden toen er niets veranderde. Via mijn vriendin van toen ben ik naar Amsterdam gegaan en daar met de mbo-opleiding Sociaal Cultureel Werk begonnen. Onderdeel daarvan is een stage in het jongerencentrum in het derde jaar. Hij woont nog steeds in het noorden en gaat elke dag op en neer naar Amsterdam. Soms overnacht hij bij een oom in Almere. "Amsterdam is een fijne stad, omdat er altijd wat te doen is en je overal een hapje kunt eten. Daar is het saai. Na elf uur 's avonds is er niets meer te beleven, behalve een enkele buitenlandse toerist die de weg kwijt is.
Openhartig vertelt hij dat hij vrij snel na zijn geboorte in Paramaribo is ondergebracht in een streng internaat. Tijd om buiten te spelen was er niet. Na afloop van school moest je meteen naar binnen om huiswerk te maken. Op zijn zestiende is hij met zijn moeder en kleine broertje naar Nederland gekomen. Nu volgt hij een beroepsopleiding en hoopt over een jaar als jongerenwerker aan de slag te kunnen.
Dat het welzijnswerk een krimpsector is, lijkt niet tot hem door te dringen. Hij vraagt of hij bij mij kan solliciteren.