Een toekomst zonder werk

Het Centraal Planbureau heeft uitgezocht dat er voorlaaggeschoolde jongeren steeds minder emplooi is op de arbeidsmarkt. [1] Dat is zelfs op dit moment het geval nu de economie staat te springen om werknemers. In de nabije toekomst zal dat nog sterker spelen. Reden kis dat werkgevers vooral behoefte hebben aan goed geschoold en vooral ook sociaalvaardig personeel. In dat potje past menig on- en laaggeschoolde jongen niet, met als resultaat dat zij in grote getale een beroep doen op de bijstand of andere vormen van uitkeringen.

Deze trend is al langer gaande. Eigenlijk al vanaf de jarentachtig van de vorige eeuw toe zich de eerste grote naoorlogse economische terugval voordeed. Toeval of niet, dit loopt parallel met de stijging van maatschappelijke jeugdproblematiek in allerlei gedaanten zoals jeugdcriminaliteit, jeugdoverlast, middelengebruik en een toenemend beroep op jeugdzorg. Bijzonder is dat veel van deze verschijnselen zich geconcentreerd voordoen in kwetsbare stedelijke wijken en plattelandsstreken, waar sociale uitsluiting zich heeft ontwikkeld tot een cultuurpatroon dat zichzelf in stand houdt.

De vraag is of dit hardnekkige cultuurpatroon is te veranderen. Voorzieningen die zich met deze uitgerangeerde categorie van jongeren en vooral ook jongvolwassenen bezighouden lijken daar al geruime tijd geen effectief antwoord op te bieden anders dan pappen en nathouden. Wordt het geen tijd voor een ommekeer?

Wat te denken van een extra scholingsinitiatief waarbij deze doelgroep competenties krijgt aangereikt om weer mee te doen met de samenleving van werken voor de kost. Het moet toch mogelijk zijn om de geldstromen die worden besteed aan uitkeringen en reparaties van probleemgedrag constructiever in te zetten. Dat zou bijvoorbeeld kunnen door jongeren de sociale vaardigheden bij te brengen die passe bij de moderne economie van dienstverlening. Belangrijke basis hiervoor is deze categorie van jongeren meer te vormen tot zelfbewuste personen met eigenwaarde en maatschappelijke verantwoordelijkheidsbesef. Dat zijn allemaal wezenlijke zaken die zijn verdwenen in de grootschalige efficiency operaties van het beroepsonderwijs van de laatste decennia. Volgens Europees onderzoek presteert Nederland op dit gebied als het slechtste jongetje van de klas.

Uit vormingsexperimenten met buurtjeugd, zoals laaggeschoolde jongeren in kwetsbare wijken wel worden genoemd, blijkt dat met voldoende aandacht, gerichte begeleiding en pedagogisch activerende methodieken het best lukt om deze doelgroep beter klaar te stomen voor een gerespecteerd maatschappelijk functioneren. Wetenschappelijk onderzochte ervaringen met het Young Leaders programma, werkmethodieken van maatschappelijke diensttijd (MDT)en andere vormingsprogramma’s wijzen uit dat het kan.

Welke partij zet de bestuurlijke knop om voor een betere inrichting van onderwijs- en jeugdbeleid?


[1]Egbert Jongen, Patrick Koot, Rik Dillingh, Jos Ebregt, Dalende arbeidsparticipatie van jonge mannen – een vooronderzoek, Den Haag, 2021.

Gerelateerde berichten

No items found.